In Griekenland botsen twee werelden met elkaar

Een artikel van Peter Mertens. Hoe vooroordelen de wereldopinie kunnen beinvloeden.
Wat Einstein al zei: “een vooroordeel is moeilijker te splitsten dan een atoom”.

Peter Mertens schetst in “Hoe durven ze” onder andere het onthutsende verhaal achter de Griekse crisis. Mertens en de uitgever (EPO) boden ons het volledige hoofdstuk over dat Griekse drama aan.

Toen de dageraad aanbrak
stond Theseus, de zoon van Aegaeus, van zijn bed op.
Hij bond glanzende sandalen aan
en wandelde langs de golfrijke zee.
Daar zag hij een groep mensen
ellendig jankend als de schicht van pijlen.
Ook zag hij zeven Atheense jonggezellen en zeven dochters
die aan boord van een schip met zwarte zeilen werden gebracht,
de handen gebonden met zwaar touw.
Theseus vroeg met heldere stem:
“Wie zijn die jonge mensen?”
“Snelvarende schepen varen hen naar Kreta.
Wij hebben medelijden met hen.”
“Waarom?”, vroeg Theseus. “Wat gebeurt er dan met hen?”
“Weet je dat dan niet?
Ze worden levend gevoerd aan de Minotaurus,
het woedige dier dat in het doolhof op Kreta woont,
aan de zoom van de wijnkleurige zee.”

Griekenland en de zee! Omgeven door twee zeeën, de Ionische Zee in het westen en de Egeïsche Zee in het oosten, is het schiereiland altijd een land van zeevaarders geweest. Toen het gewelfde schip van Theseus, die de Minotaurus op Kreta had overwonnen, de haven van Athene weer binnenvoer, vergat de held dat hij witte zeilen moest hijsen, in plaats van de zwarte. Zijn vader, Aegaeus, dacht daardoor dat zijn zoon door de Minotaurus gedood was. Wanhopig van verdriet wierp Aegaeus zich in de zee, die daarom zijn naam zou dragen: de Egeïsche zee.

De haven van het oude Athene, nauwelijks een paar kaden toen, is nu de haven van Piraeus. Griekenland telt vandaag zo maar eventjes 123 havens. Piraeus is de grootste, in een wemeling van cargo’s, ferry’s, roroschepen, cruiseschepen, tankers, catamarans en vissersvaartuigen. Dan komt Thessaloniki in het noordoosten, richting Zwarte Zee en Azië.

De Griekse reders hebben de grootste handelsvloot ter wereld in handen: samen ruim 4100 schepen, goed voor 16 procent van de wereldhandelsvloot. Dat is meer dan de Japanners of de Chinezen. De Griekse rederijen verdienen meer dan de hele toeristische sector. In 2010 zagen de grote reders hun inkomsten stijgen tot 15,4 miljard euro. Het toerisme genereerde 9 miljard euro inkomsten. Toch vloeit van die rederij-miljarden haast geen cent naar de staat. De reders genieten sinds jaar en dag, via een netwerk van fiscale maatregelen, feitelijk een belastingvrijstelling. De fiscus kijkt hun rekeningen niet in. Elke Griekse miljonairsfamilie met aandelen in een rederij of in een maritiem consortium – samen zo’n duizend families – is op die manier vrijgesteld. Een goed geolied fiscaal paradijs. De reders bewaren hun geld in Zwitserland of in Cyprus, in Liechtenstein of in Londen.

De allerrijkste is Spiros Latsis, de zoon van de oude scheepsmagnaat John Latsis. De familie Latsis is ook actief in de scheepsbouw en de bankwereld. Zoon Spiros is bovendien de grootste aandeelhouder van Hellenic Petroleum. Op de lijst van de multimiljardairs in de wereld staat hij op nummer 68. Hij studeerde aan de London School of Economics, samen met ene José Manuel Barroso. In juni 2004 wordt Barroso voorzitter van de Europese Commissie. Twee maanden later, in augustus, is hij uitgenodigd voor een weekje vakantie op een pronkerig plezierjacht van de familie Latsis. Latsis heeft net PrivatSea opgestart, een exclusieve jachtclub die haar leden “een buitengewone ervaring aan boord van ’s werelds spectaculairste jachten” belooft. Inclusief de Alexandria, die met haar lengte van 400 voet het op drie na grootste jacht ter wereld is. Daar waar Aegaeus zich in zee stortte, trekken Barroso en Spiros Latsis samen de zwembroek aan op het dek van misschien wel het meest luxueuze jacht op aarde. Een maand later keurt de Europese Commissie 10,3 miljoen euro subsidie van de Griekse staat aan de scheepswerven van de familie Latsis goed. Toeval? Of “ons kent ons, wie doet ons wat”?
Langs de achterdeur wordt de rijkdom het land uitgesleurd

Terwijl in de vroege herfst van 2011 veel Grieken in vuilnisbakken scharrelen naar voedsel – “het zijn keurige mensen maar ze zijn gedwongen in het huisvuil naar eten te zoeken”, zegt een man van de reinigingsdienst – zijn er ook Grieken met geld. Veel geld. Heel veel geld zelfs. Griekenland blijft ook midden deze crisis een fiscaal paradijs voor de rederijen, voor de zesduizend grotere bedrijven en voor het instituut van de orthodoxe kerk.

Tot voor kort stond op het Griekse paspoort ook je religie vermeld. Dat werd pas in 2001 ongedaan gemaakt na een klacht bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg. De Griekse orthodoxe kerk is machtig, zoveel is zeker. Kerk en clerus beheersen nog een flink deel van het leven, moreel, politiek maar ook economisch. De orthodoxe kerk bezit het grootste vermogen van het land, op de staat na. Ze heeft meer dan negen miljoen aandelen in de Griekse Nationale Bank, ze bezit hotels, parkings, magazijnen, ondernemingen en 350 toeristische centra. Het kerkinstituut is met zijn 130.000 hectare bossen, velden, bergen en stranden meteen ook de grootste grootgrondbezitter van het land. Het levert de kerk jaarlijks miljoenen euro’s op en dat geld bleef tot voor kort belastingvrij. Toen in 2010 toch een taks werd geheven, weigerden sommige monasteries te betalen. Gechoqueerd gingen gelovigen voor de grootste kerk van Athene betogen met het spandoek: “Jezus heeft gezegd dat men moet delen”.

Delen? Dat is alvast niet de houding van de Griekse miljonairs. Het geld dat in Griekenland wordt verdiend, verdwijnt steeds sneller naar het buitenland. Vooral naar de veilige kluizen van Zwitserse banken, waar men geen vragen stelt. De Griekse miljonairs hebben in totaal al 280 miljard euro naar Zurich verkast, en nog eens evenveel naar andere buitenlandse banken. Een fiscale exodus ter waarde van 560 miljard euro; dat is het dubbele van het Griekse bbp, de jaarlijks geproduceerde rijkdom in het land.29 Dat veel landgenoten hun ziektekosten of elektriciteit niet meer kunnen betalen, dat meer en meer mensen hongerlijden, trekken deze miljonairs zich geen moer aan. En dus krijg je een surrealistische situatie: aan de voordeur smeekt de Griekse regering de Europese Unie om nieuwe leningen en garandeert ze dat ze de allerlaatste centiem uit het werkvolk zal persen om die leningen terug te betalen. Terzelfdertijd slepen de miljonairs de rijkdom van het land via de achterdeur het land uit.

Griekenland is in principe een rijk land. In 2007 werd er vijf keer meer rijkdom geproduceerd dan in 1990. Maar terwijl het bbp maal 5 ging, gingen de winsten maal 28! Neoliberale belastinghervormingen zorgden ervoor dat die winsten fiscaal grotendeels onaangeroerd bleven. Nauwelijks een derde van de Griekse rijkdom belandt bij de loontrekkers: slechts 36,3 procent van het bbp gaat naar de lonen. Dat is veruit het laagste percentage in de Europese Unie. De salarissen liggen dan ook op een magere 60 procent van het Europese gemiddelde. De rijkdom die de Griekse samenleving voortbrengt, komt niet in handen van die samenleving maar van de rijkste segmenten ervan. Zeggen dat “de” Grieken jarenlang boven hun stand hebben geleefd, is dan ook larie en apekool.
Midden de crisis: 7,9 miljard euro voor Frans en Duits wapentuig

In de zomer van 2009 gebeurt iets merkwaardigs. Griekenland betaalt in dat crisisjaar 2,5 miljard euro voor zes Franse fregatten, nog eens 400 miljoen euro voor vijftien Franse Puma-gevechtshelikopters van de wapengigant EADS nv en tot slot nog eens 5 miljard euro voor zes onderzeeërs van het Duitse ThyssenKrupp. Boem, paukenslag! 7,9 miljard euro voor Frans en Duits wapentuig, middenin de crisis.
Merkel en Sarkozy tekenen plan na plan uit om ervoor te zorgen dat Griekenland de leningen aan Duitse en Franse banken kan betalen. Het duo spuit mening na mening over wat het Griekse volk moet doen maar in het medialicht houdt het de kiezen op elkaar wanneer het over de wapendeals gaat. Der Spiegel zette het Griekse shoppen in Duitsland op een rijtje en dat is indrukwekkend. Onderzeeërs, jachtbommenwerpers, tanks… Het kleine Griekenland met zijn 11 miljoen inwoners staat op de wereldranglijst van big spenders inzake conventionele bewapening op de vijfde plaats. Het geeft exorbitant veel uit aan defensie: 3,1 procent van de nationale rijkdom. Landen als Frankrijk en Groot-Brittannië besteden respectievelijk 2,3 en 2,4 procent aan defensie. Alleen de VS doen beter, met 4 procent.

Crisis of geen crisis, de grote Europese broers zetten de Grieken onder druk om de wapenaankopen gewoon te laten doorgaan, op straffe van geen lening. Het persbureau AP citeert een adviseur van premier Papandreou: “Niemand zegt: ‘Koop onze oorlogsschepen of we helpen je niet met je schulden.’ Maar de niet mis te verstane onderliggende boodschap is dat we meer hulp krijgen als we doen wat zij willen op bewapeningsvlak.” Het tijdschrift Vrede schrijft: “President Sarkozy zou in februari 2010 druk uitgeoefend hebben op Papandreou toen die op bezoek was in Frankrijk voor hulp bij de financiële perikelen van zijn land. Op de dag dat Papandreou naar Parijs ging, kondigden de Grieken aan dat ze de geplande aankoop van zes Franse Fremm-fregatten ter waarde van 2,5 miljard euro niet zouden herzien, ondanks de financiële afgrond waar ze voor stonden.”

Griekenland is een Navobondgenoot om door een ringetje te halen. Op het kruispunt van drie continenten is het een strategische plek. Zeker nu de Navo en de Amerikaanse strategen alle aandacht hebben voor noordelijk Afrika, het Midden-Oosten, Iran, de Balkan, de landen van Oost-Europa en Rusland. Begin oktober 2011 koopt het failliete Griekse establishment nog maar eens 400 tanks en een twintigtal amfibievoertuigen van het Amerikaanse leger. En, zo blijkt, ook nog eens vier oorlogsschepen ter waarde van elk drie miljoen euro van Frankrijk.

De Verenigde Staten, Duitsland en Frankrijk spelen de rivaliteit tussen Griekenland en buurland Turkije handig uit. De wapenfabrikanten eten van twee walletjes als leveranciers aan beide rivalen. Bestelt Griekenland nieuwe wapens, dan kan de wapenfabrikant even wachten en daar melden de Turken zich al voor dezelfde spulletjes. De Koude Oorlog in het klein, zo lijkt het wel. Ware het niet dat al dat nieuwe oorlogsmateriaal helemaal niet geschikt is voor een confrontatie met Turkije, maar des te meer voor de Navostrategie en om nieuwe machtsverhoudingen in het Midden-Oosten te helpen creëren zoals Washington die graag zou zien. Waarom blijft het anders zo pijnlijk stil in Washington, Brussel en Frankfurt over het feit dat de Griekse regering op alles bespaart behalve op oorlogstuig?
Fact-free politics of hoe een haatcampagne wordt opgezet

Op het Griekse eiland Hydra, waar de woningen hagelwit zijn en de zee diepblauw, woont de Nederlandse journaliste Ingeborg Beugel. Ze berichtte jarenlang over het land. Ze schrijft passioneel over het geritsel van de Griekse politieke en economische elite. “Ik vind het interessant dat de Europese Unie heel arrogant, keihard en meedogenloos allerlei eisen stelt aan Griekenland terwijl Brussel de Griekse regering niet onder druk zet om de corrupte politici aan te pakken. Daar stuurt Brussel geenszins op aan. Sterker nog: Brussel zwijgt als het graf omdat er anders heel veel louche praktijken aan het licht zouden komen die met Europa te maken hebben. Siemens bijvoorbeeld heeft ongenadig veel smeergelden uitgedeeld in ruil voor een monopoliepositie tijdens de Olympische Spelen in Athene in 2004. Daar zijn miljarden omgegaan maar als je dat gaat aanpakken dan kom je ook aan een Duits bedrijf en dat wil Duitsland niet. Er zijn ook heel veel smeergelden betaald voor dure Duitse onderzeeërs. Griekenland heeft die gekocht tegen twee keer de prijs die Turkije ervoor moest betalen. Frankrijk dwong Griekenland in ruil voor ‘hulp’ peperdure gevechtsvliegtuigen aan te schaffen. De Wildertjes liegen echt: er wordt niks gegeven, er wordt dik verdiend aan de zogenaamde steun aan Griekenland”, vertelt ze aan de Nederlandse Radio1.

Wildertjes? Geert Wilders noemt Grieken “junks” aan wie je geen geld moet geven. “De sjoemel-Grieken maken onze euro kapot”, kopt Bild Zeitung. En Frits Bolkestein beweert: “Een groot deel van de Griekse bevolking is lui.” Volgens Angela Merkel nemen de Grieken te veel vakantie en gaan ze te vroeg op pensioen. “We kunnen niet één munt delen terwijl de een heel veel vakantie heeft en de ander heel weinig. Dat gaat op den duur niet samen”, citeert het Duitse persbureau DPA de Bundeskanzlerin. En die Atheners krijgen nog een bonus om op tijd op het werk te verschijnen, horen we in De Zevende Dag. Allemaal gefundenes Fressen voor het grote publiek. Die Zuid-Europeanen toch. Op vakantie gaan, luxepensioenen trekken en dan nog eens om steun komen aankloppen van op hun terrasje waar ze de godganse dag zitten te niksen. Dat al die beweringen over de luie aanleg van de Grieken pure fictie is, doet er niet toe. Fact-free politics, heet dat. Zich niet storen aan de feiten.

Hangen de Zuid-Europeanen de kiel vroeger aan de kapstok om te genieten van de mediterrane zon? Nee hoor. Oeso-cijfers van 2011 geven aan dat de Griekse mannen gemiddeld stoppen met werken als ze 61,9 jaar zijn, een maand later dan in Duitsland. Griekse vrouwen houden er wel eerder mee op: als ze 59,6 jaar zijn, tegen 60,5 in modelstaat Duitsland.
In 2007 bedroeg, ook volgens de Oeso, het gemiddelde Griekse pensioen 617 euro. Ingeborg Beugel vertelt over mensen op Hydra die met pensioen gaan en direct werk moeten zoeken om rond te komen. “Mijn onderbuurvrouw van 94, een weduwe, trekt een pensioen van 400 euro per maand. Dat is niet eens genoeg voor haar luiers en medicijnen. Ze redt het, in afschuwelijke omstandigheden, dankzij familie en buren. Ik ken geen enkele Nederlander met drie banen om de eindjes aan elkaar te knopen, maar wel tientallen Grieken die drie banen hebben om te overleven. Ja, er zijn Grieken met te hoge en vroegtijdige pensioenen. Zij vormen een uitzondering, geen regel. Trouwens: op Hydra woont een zorgeloze Nederlandse oud-lerares, die op haar vijftigste met pensioen is gegaan, nooit meer hoeft te werken en zonder enig financieel gebrek de rest van haar leven kan genieten van Griekenland. Geen enkele Griekse collega kan haar dat nadoen.”

Ook over de Grieken als permanente vakantiegangers zit Merkel er merkelijk naast. De Grieken hebben volgens Eurofound gemiddeld 23 vakantiedagen per jaar. De Duitsers hebben er 30. Over het aantal vakantiedagen van Angela Merkel zelf durven we ons niet uitspreken. Haar jaarlijkse vakantiegeld zal wellicht wel iets boven het gemiddelde liggen.

Misschien werken de Grieken gewoon minder? Ook niet. Volgens Oeso-cijfers hebben de Grieken in 2008 gemiddeld 2120 uren gewerkt, dat is 740 uren meer dan de Nederlanders, 690 uren meer dan de Duitsers, 570 uren meer dan de Belgen, 470 uren meer dan de Britten.

Nog een bewering in de hype van de luie Griek is die over de overbevolking in de Griekse openbare sector. De feiten? In 2009 telde Griekenland 768.009 ambtenaren, alles inbegrepen: de tijdelijken, de gedetacheerden enzovoort. Dat is 11,4 procent van de beroepsbevolking. Goed voor de veertiende plaats in Europa. Zweden bijvoorbeeld heeft 30 procent ambtenaren, Denemarken 29 procent en Frankrijk 21 procent. Duitsland heeft er 10,2 procent.

Van alle beweringen over de luie, vakantieovergoten Grieken – en bij uitbreiding ook de Portugezen, Spanjaarden en andere bewoners “uit de knoflooklanden”, zoals de altijd fijnbesnaarde Geert Wilders ze omschrijft – klopt dus niets. Maar het kwaad is geschied. Merkels uitspraken haalden de voorpagina’s. En wie leest nadien de rechtzettingen op bladzijde 18? Het cliché blijft hangen: de mediterrane profiteurs die op kosten van de rechtschapen, Noord-Europese belastingbetaler potverteren. En, zoals Einstein as wist: een vooroordeel is moeilijker te splitsen dan een atoom.
Rousfeti en fakelakia: het goddelijke monster in Griekenland

In de twintigste eeuw heeft Griekenland twee dictaturen, een buitenlandse bezetting en een burgeroorlog doorstaan. Na de rechtse dictatuur van de kolonels werd Griekenland in 1975 een parlementaire republiek. Het land had tot dan nooit een uitgebouwd socialezekerheidsstelsel gekend. Sociale hulp voor zieken, gepensioneerden, invaliden en werklozen was er haast niet. En dus moest alles wat sociale voorzieningen aangaat, “geregeld” worden. Er was de steun van familie en vrienden of – voor wie het zich kon permitteren – een envelopje in het vuistje.

In 1981 kwam de sociaaldemocratische partij Pasok aan de macht en die maakte een begin met een heel systeem van politiek cliëntelisme, voornamelijk in de publieke sector. Zonder partijkaart geen job, geen sociale bescherming en geen uitkering. Rousfeti, zo heet die politieke klantenbinding. Pasok en de rechtse partij Nieuwe Democratie zijn er meesters in. U kent het fenomeen want het is niet zo dat we dat in ons land nooit gekend hebben.

Vriendjespolitiek voor iedereen maar toch vooral voor de grote bedrijven. Het systeem van smeergeld draagt de naam fakelakia. Met als summum wellicht de contracten voor de Olympische Spelen waar de Griekse staat uiteindelijk acht miljard euro mee verloor. Wat journaliste Ingeborg Beugel daarover schreef was maar al te waar. Om contracten binnen te rijven voor het ultra gesofisticeerde beveiligingssysteem bij de Olympische Spelen bijvoorbeeld kocht Siemens verschillende politici, hoge ambtenaren en legerleiders om. Zowel Nieuwe Democratie als Pasok mochten langs de kassa passeren. Een oud-kaderlid van Pasok gaf toe dat hij 420.000 euro had aangenomen van een topman bij Siemens, kort voor de verkiezingen van 2000. Een gebaar van goodwill zeg maar, al kostte die geste wel bijna een half miljoen euro. Voor wat hoort wat, Siemens kreeg het contract. “Maar”, zo vertelde de man, “ik heb dat geld aan de partij geschonken zonder de partijtop op de hoogte te brengen van de oorsprong van het geld.” Een verhaal met hoog Agusta-Dassault-gehalte.

Ze bestaat dus welzeker, de corruptie in Griekenland. De fraude van de zesduizend grotere ondernemingen wordt op 15 miljard euro per jaar geraamd. Ter vergelijking, in België wordt de grote fiscale fraude op 30 miljard euro geschat. En iedereen zal zich herinneren dat het Luxemburgse zwarte geld van KBC onaangeraakt bleef wegens procedurefouten, en dat de Belgische overheid zelfs nog eens geld moest aan textielboer Roger De Clerck omdat zijn proces te lang bleef aanslepen. Politiek cliëntelisme en corruptie zijn geen typisch Griekse problemen, net zo min ze typisch Belgische problemen zijn. Ze zijn eigen aan het kapitalisme, aan het ellebogenwerk in de wedren naar het grootste stuk van de markt en naar de tweecijferige rendementen.

“Het is de Grieken een doorn in het oog dat premier Papandreou nog niet één corrupte politicus heeft weten aan te klagen, niet één ondernemer of scheepsreder heeft gestraft en dat er nog geen eurocent is teruggevonden van de miljarden euro’s die in diverse zakken zijn verdwenen”, schrijft Ingeborg Beugel. De regering wordt uitgespuwd. Waar Papandreou komt, worden zwarte vlaggen uitgehangen. Wanneer zijn minister van Binnenlandse Zaken naar de film gaat, herkennen studenten hem in de bioskoop en wordt water over zijn hoofd gekieperd, en yoghurt. En dan wordt de minister onder een luid fluitconcert uit de filmzaal gehoond.

Panhelleense Socialistische Kleptocraten, een regering van dieven dus, zo noemt professor sociologie James Petras de regerende Pasok-partij: “Pasok is opgebouwd rond een elite en een achterban die nooit belastingen betaalde maar geld uit de staatskas haalde en van overheidsgiften afhing. Steenrijke reders ontweken belastingen door onder vreemde vlag (Panama) te varen. Maar ze wilden wel Griekse zeekapiteins inhuren en betaalden graag voor de partijkas. Juristen, artsen en architecten gaven nauwelijks inkomsten aan en ontvingen onder tafel cash betalingen als niet-aangegeven inkomen dat hun salaris ver overschreed. Bedrijfsleiders, vastgoedspeculanten, bankiers en importeurs betaalden steekpenningen aan partijleiders om zich te verzekeren van belastingverminderingen en om EU-leningen veilig te stellen. Die recycleerden ze tot toeristische eigendommen en overzeese rekeningen. Zo vormden de partij en de zakenelite een georganiseerd netwerk van kleptocraten. Ze plunderden de schatkist en lieten het aan de lonen en salarissen van de werkende mensen over de rekening te betalen. Want van die lonen worden wel degelijk de belastingen afgehouden. Voor de loontrekker is Griekenland een slecht land, want hij is de enige die er belasting betaalt.”
Goldman Sachs International en het gesjoemel met de cijfers

Dat de geproduceerde rijkdom in de loop der jaren almaar meer bij de elite bleef plakken en de koopkracht van de bevolking achterbleef, maakte Griekenland structureel instabiel. Ook al omdat het inkomen van het volk voor een groot stuk opging aan consumptiegoederen uit het buitenland. De zuidas van Europa diende als afzetmarkt voor de exporteconomieën in het centrum ervan, met Duitsland op kop. Daarvoor kreeg de zuidas welwillend kredieten onder meer van… Duitse banken. Zo vloeide het in het buitenland geleende geld weer terug naar datzelfde buitenland.

In de periode 1975-1980 had Griekenland nog een overschot van 1,5 procent op de handelsbalans: er werden meer goederen en diensten uitgevoerd dan ingevoerd. In de jaren 1990-2000 sloeg die balans om naar een tekort van 3 procent, en vanaf de toetrede tot de euro verslechterden de resultaten tot een negatieve handelsbalans van 10 à 13 procent. Griekenland ging producten invoeren die het voordien zelf produceerde.

Door de financiële crisis schoten de overheidsschulden plots snel omhoog: van 115 procent van het bbp in 2007 naar 143 procent in 2010. En daardoor steeg, in een kettingreactie, ook nog eens de rente op die schulden heel snel. Vooral die rentelast hangt als een molensteen om de economie: een decennium geleden moesten de Grieken jaarlijks 9 miljard euro afbetalen aan interest op de lopende leningen, in 2010 was dat al meer dan 15 miljard.

De boel ontplofte in oktober 2009, toen “de twee papa’s” van de Griekse sociaaldemocratie, premier Giorgos Papandreou en zijn Financieminister Giorgos Papakonstantinou onthulden dat hun voorgangers stelselmatig valse, veel te rooskleurige cijfers over de Griekse overheidstekorten hadden gepresenteerd. Het begrotingstekort zou in 2009 12,7 procent bedragen in plaats van 3,7 procent. De collega’s premiers en ministers van de andere eurolanden beweerden dat de Grieken zowat iedereen in Europa hadden belazerd. Didier Reynders, sinds mensenheugenis onze minister van Financiën, erkende later in de Franse zakenkrant La Tribune deemoedig: “Van bij de toetreding van de Grieken tot de eurozone in 2001 wisten we dat hun statistieken vervalst waren.”

The New York Times berichtte dat twee Amerikaanse grootbanken, JP Morgan en Goldman Sachs tien jaar lang professioneel geholpen hebben om de correcte Griekse schuld- en begrotingscijfers te verdoezelen. En wie was in die periode vicevoorzitter en managing director bij Goldman Sachs International? Meneer Mario Draghi. Ondanks het gesjoemel met de Griekse cijfers – Draghi had dat moeten weten, het was welbeschouwd zijn bank – hebben Merkel, Sarkozy en de andere Europese leiders Draghi voorgedragen als nieuwe voorzitter van de Europese Centrale Bank. Kampioenen van de dubbele moraal zijn ze. Met de rechterhand steken ze foei foei foei het belerende vingertje op naar de vervalsing van de Griekse begrotingscijfers. Tegelijk deelt hun linkerhand met veel protocol een van de meest strategische Europese functies uit aan een topman van de bank die bij deze vervalsing heeft geholpen.
De wil van de trojka wordt wet

Na de onthullingen van de twee papa’s van Pasok eind 2009 storten de financiële markten zich als een Minotauros op Hellas. Meteen verlagen de ratingbureaus de Griekse kredietwaardigheid zodat het voor Athene duurder wordt geld te lenen. De rente op die leningen staat almaar hoger. Speculanten zetten ook in op een faillissement van het land. Ze kopen op grote schaal credit default swaps, een soort verzekeringen die veel opleveren als Griekenland zijn staatsleningen niet meer zou kunnen aflossen.

Op 15 januari 2010 dient Papandreou, in nauwe schoentjes, een eerste plan in bij de Europese Commissie. Het is het grootste besparingsplan sinds de jaren vijftig van vorige eeuw. Het Stabiliteits- en Groeipact van de EU bepaalt namelijk dat het begrotingstekort van elke lidstaat moet worden teruggebracht tot drie procent en Papandreou plooit zich naar die norm. Hij schroeft de btw en de pensioenleeftijd naar omhoog en snijdt flink in de openbare diensten. Hij belooft ook de belastingontduiking aan te pakken. De Europese instanties geven hun fiat maar tegelijk wordt Griekenland onder scherp toezicht van de Unie geplaatst.
Op 3 maart 2010 antwoordt ook het Griekse volk op dat plan van Papandreou. Die dag staat Griekenland in rep en roer. De havens, de luchthavens, de banken, radio en televisie, het onderwijs, het openbaar vervoer… alles ligt plat. Griekenland komt op straat. Het Griekse parlement moet op die dag het plan goedkeuren. Daar staan de Europese Commissie, de Europese Centrale Bank en het Internationaal Muntfonds op. De wil van deze “trojka” is wet. Anders komt er geen hulp: Giorgos Papakonstantinou smeekt het halfrond het draconische besparingsplan goed te keuren “om onze geloofwaardigheid op de markten te herwinnen”. Zo geschiedt.

Overal in Europa reageren de krijtstreeppakken enthousiast. De nieuwe iron lady Angela Merkel is in haar nopjes: “Wij juichen de maatregelen toe die de Griekse regering vandaag heeft genomen. Dit is een zeer belangrijk signaal aan de markt om opnieuw vertrouwen te stellen in Griekenland, maar ook in de euro.”

Liefst van al hadden Duitsland, Nederland en anderen Griekenland failliet laten gaan. Daar werd ook de bevolking voor ingeschakeld. 61% van de Duitsers is tegen elke steun aan Griekenland, schrijft de gegoede pers in die maartmaand van 2010. Tja, men heeft de Duitse gezinnen al wekenlang dagelijks gezegd dat elke familie honderden euro’s moet ophoesten voor de Griekse redding.
Maar Duitse en andere banken zitten opgescheept met voor miljarden Grieks schuldpapier. En niet alleen de banken zijn kwetsbaar, ook verzekeraars en pensioenfondsen zitten met die beleggingen. Er is daarbij het risico dat een domino-effect ook andere zwakke eurolanden zoals Ierland, Portugal of Spanje zou doen omvallen. Dat zou een catastrofe zijn. En dus groeien de plannen voor een Europees reddingspakket.

De lente van 2010 brengt geen kentering, de positie van Griekenland op de kapitaalmarkt blijft verslechteren. Eind april 2010 stuurt Giorgos Papandreou van op zijn vakantie-eiland Kastelorizo een noodsignaal uit. De situatie is zo penibel dat hij de Europese Unie op zijn blote knieën om nieuwe leningen smeekt. Jean-Claude Trichet van de Europese Centrale Bank, Dominique Strauss-Kahn, op dat moment de topman van het IMF, en José Manuel Barroso eisen eerst verdere draconische besparingen. “Laat de modale Griek opdraaien”, is de eis van de trojka. Daar zal het netwerk van de familie Latsis en andere steenrijke Hellenen niet vreemd aan zijn.

Intussen vliegen functionarissen van IMF, EU en ECB naar Athene om het verscherpte toezicht concreet te maken. Op 2 mei legt Papandreou een nieuw soberheidspakket voor. Een pakket van bloed en tranen. Lonen in de openbare dienst worden gemiddeld met 10 procent verminderd. De btw gaat verder omhoog. De lonen voor overuren worden afgeslankt, de premies voor Pasen, Kerstmis en vakantiedagen in de openbare dienst gekortwiekt, ook voor alle gepensioneerden. Je moet voortaan 40 jaar hebben bijgedragen, in plaats van 37, om recht te hebben op een volledig pensioen. Ook wordt het pensioen voortaan berekend op basis van de tien laatste werkjaren in plaats van de vijf best betaalde werkjaren voorheen. Daardoor gaat het pensioen voor de meeste mensen fors naar beneden. Het minimumloon zakt naar 592 euro. Drie dagen later, op 5 mei, organiseren de vakbonden een algemene staking, de derde al in enkele maanden. Papandreou houdt het been stijf.

Algauw voelt Irini de gevolgen. Zij is negenentwintig en lerares: “Vandaag is mijn loon op mijn bankrekening gestort. Voor het eerst is het een ander bedrag, door de maatregelen van Papandreou. Ik heb uitgerekend dat ik jaarlijks meer dan een maandinkomen moet inleveren. Het is ongelooflijk dat het onderwijs zo wordt getroffen. Waarom pakt Papandreou andere sectoren niet aan? De rijke reders bijvoorbeeld? Moeten die dan niets bijdragen?”

Kleuterleidsters, stewardessen, boeren, bankbedienden, bouwvakkers, verkoopsters en gepensioneerden laten inleveren voor een crisis die zij niet veroorzaakt hebben, om het vertrouwen van de financiële markten te winnen? Het gaat heel wat mensen het petje te boven. Ingeborg Beugel maakt de optelsom: “Een leraar verdient na de eerste bezuinigingsronde van 2010 gemiddeld nog 800 euro per maand. Daarvan gaat 500 euro naar huur en andere vaste lasten. Je houdt 300 euro over om van te leven. Aan een gezin kun je als leraar bijna niet beginnen. En wat moet je als kleuterleidster of stewardess met een salaris van 650 euro per maand?”
Deutsche Bank koopt tijd

En toch, ondanks de sociale kaalslag blijft de aanval van de financiële markten op Griekenland aanhouden. De sfeer in Brussel is koortsachtig, begin mei 2010. Het wemelt van beraadslagingen en telefoontjes. “We zitten in een situatie zoals na de val van Lehman Brothers”, het klinkt als een alarmkreet, die vrijdag 7 mei op de Europese top van staatshoofden en premiers. “We moeten een akkoord hebben voor de Aziatische beurzen maandagochtend opengaan.” De top legt ’s avonds de grote lijnen vast. Een buitengewone vergadering van Europese Financieministers moet nog datzelfde weekend de concrete uitwerking ervan waarmaken. Op de valreep, iets voor twee uur in de ochtend van maandag 10 mei, komt het definitieve resultaat uit de bus.

Voorzitter Jean-Claude Trichet van de ECB houdt zich die maandagochtend om kwart over drie ondanks de vermoeidheid sterk. Hij laat in een bondige verklaring weten dat de Bank zal overgaan tot het opkopen van staatsobligaties van “probleemlanden”. Voor liberale ultra’s is dat een doodzonde. Zij vinden dat centrale banken niet mogen tussenkomen in begrotingsproblemen, ook de ECB niet. Het gebeurt dus toch.
De ECB zal de dubieuze schuldpapieren van de “probleemlanden” niet rechtstreeks opkopen bij de overheden maar wel op de “secundaire markt”, bij de banken dus. Zo kunnen die zich van hun rommelpapieren ontdoen in ruil voor geld dat de ECB laat bijdrukken. De ECB wordt daardoor een bad bank, zoals de Amerikaanse Fed dat ook al is.

Het tweede besluit van de meitop is dat de eurolanden voor een gezamenlijk noodfonds zullen zorgen, de European Financial Stability Facility. Deze EFSF, een nv, kan leningen verstrekken aan landen in nood die op de financiële markten geen haalbare leningen meer kunnen afsluiten. De EFSF zal die leningen gebundeld als obligaties op de markt brengen. Het woord “euro-obligaties” kan hier niet vallen want de lidstaten geven niet rechtstreeks krediet aan het land in moeilijkheden. Dat doet de EFSF. De lidstaten staan borg voor die kredieten. De Commissie en de ECB stellen het voor alsof de EFSF een instrument is om de “probleemlanden” bij te springen. In feite moet de EFSF vooral verhinderen dat die landen al te snel failliet gaan want dan zouden de grootbanken met het rommelpapier van die landen enorme verliezen incasseren.

De EU zet in de begindagen van mei ook het “Grieks reddingspakket” van 110 miljard euro op punt. De voorwaarde voor het pakket is: de macht in Athene wordt overgedragen aan de Europese Commissie, de Europese Centrale Bank en het IMF, dat mee financiert. Vier keer per jaar brengt deze trojka een rapport uit over de voortgang van de hervormingen en besparingen. Zonder die voortgang gaan leningen niet door.

Naast Trichet speelt nog een andere bankier – zij het achter de schermen – een hoofdrol in die drukke meidagen van 2010: Josef Ackermann, de topman van Deutsche Bank. Dat is, voor een goed begrip, een privébank. Een van de grootste ter wereld. Ackermann houdt, zoals in Duitsland wordt gezegd, “altijd de tweecijferige rendementen voor zijn bank vast in het vizier”. Griekenland heeft gevaarlijk veel miljarden uitstaand krediet bij de Europese grootbanken, vooral in Frankrijk en Duitsland. Als Griekenland failliet gaat, zien zij van hun geld niets terug. En dus ijveren ze voor een reddingsplan. Beter nog, zij schrijven dat reddingsplan zelf. Ackermann heeft die taak op zich genomen. Het is “een berekend spel met de tijd”, schrijft de Duitse openbare omroep ARD op zijn webstek.
De omroep kondigt daarmee een opmerkelijke tv-reportage aan van Monitor, het Duitse Panorama. Titel: Teure Griechenland-Rettung: ein geschickter Coup der Deutschen Bank? Vertaling: Dure Griekse redding, een handige coup van Deutsche Bank? De Duitse kijker krijgt even een blik achter de schermen.

Jazeker, in de storm van de financiële crisis in 2008 had iedereen beloofd dat het anders zou worden. De overheid zou opnieuw onafhankelijk regeren en niet langer naar de pijpen van bankiers en speculanten dansen. Maar eenmaal de storm een beetje was gaan liggen, hernam het gewone leven zijn gangetje. En in dat leven dicteren de Ackermannen de wet. Bij het dreigende Griekse failliet in het voorjaar 2010 komt het er voor Ackermann vooral op aan tijd te winnen. Hij pendelt tussen Berlijn, Frankfurt en Athene en zoekt regelmatig de Duitse Financieminister Schäuble op om een reddingspakket in de steigers te zetten. De bankdirecteur die de minister van Financiën de les spelt. Democratie, allemaal goed en wel, maar als het er echt op aan komt bepaalt Deutsche Bank de wet. Monitor toont hoe Ackermann een zware hand in het “reddingsplan voor Griekenland” had. Dat plan moet vooral dienen om tijd te kopen. Tijd waarin Europese banken en verzekeraars massaal hun Griekse belangen van de hand kunnen doen. De uitzending van de ARD besluit dan ook dat het reddingspakket “voornamelijk gebruikt wordt om de Europese banken terug te betalen, en niet om Griekenland zelf op de been te houden.”

Dat de ECB voortaan op de secundaire markt – bij de geldhuizen dus – obligaties van schuldenlanden gaat opkopen is daarbij een fameuze steun in de rug. Bankvertegenwoordigers in de Londense City berichten daags na de top, op maandag 10 mei, dat geldinstituten rommelleningen vooral uit Griekenland, Portugal en Ierland afgeven aan de centrale banken van Duitsland en Frankrijk om in ruil gezonde Duitse of Britse staatsleningen te kopen.

De Duitse banken hadden eind april 2010 nog voor 16 miljard Griekse leningen lopen, in februari 2011 is dat gereduceerd tot 10 miljard. Daarvan nog 1,6 miljard in de portefeuille van Deutsche Bank. De Franse banken konden minder versassen: zij zitten in februari 2011 nog met bijna 17 miljard Griekse leningen opgescheept. In ons land zit vooral Dexia dan met haar neus nog diep in Grieks rommelpapier: voor 5 miljard euro.
Lente 2011 en de chantage van big business

Het gezond verstand zegt dat de enorme bezuinigingen en de verplichting tot aflossen van de staatsschulden Griekenland alleen maar dieper in de crisis zullen duwen. De bestedingen zullen – met een overheid die minder uitgeeft en met de inkomens van de Grieken op een dieptepunt – verder stilvallen. Je moet geen groot economisch wonder zijn om dat te begrijpen. Als een volk verarmt, kan het minder kopen.
De investeerders vluchtten weg. In 2010 kelderde de Griekse import in één ruk met een vijfde tegenover het jaar voordien. Sinds 2008 daalde ook de Belgische uitvoer naar Griekenland met een kwart.

Ondertussen bleef het verzet in Griekenland groeien. In 2009 had de Griekse overheid de exploitatie van de nationale wegen uitbesteed aan privéfirma’s. Die voerden dure wegentaksen in, heel dikwijls zonder dat er parallelle wegen waren als alternatief. Op en neer tussen Athene en Thessaloniki bijvoorbeeld kostte voortaan 45 euro. De mensen reageerden boos en er kwamen wij-betalen-nietcomités. De activisten van die volkscomités trokken fluorescerende oranje veiligheidshesjes aan, gingen naar de péages, openden de roodwitte slagbomen en lieten de automobilisten door. Op hun hesjes stond geprint: “Totale Ongehoorzaamheid!” Op hun spandoeken: “We betalen niet” en “We geven geen geld aan buitenlandse bankiers!” Automobilisten reden dankbaar door, met de duim omhoog. Begin 2011 weigerden vier op de tien automobilisten de wegentaks te betalen, op sommige plaatsen al acht op tien.

Zo start het nieuwe jaar 2011. Terwijl de mensen zich organiseren, devalueren de ratingbureaus de kredietwaardigheid van Griekenland tot het absolute niets, de junkstatus. Ze gaan ervan uit dat Griekenland niet in staat zal zijn de leningen terug te betalen. Doen inleveren, de pensioenen kortwieken, de publieke dienst op droog zaad zetten, vaste banen ontmantelen, op het vakantiegeld beknibbelen en de btw verhogen… het heeft allemaal tot niets gediend. De leningen voor Griekenland worden nog duurder, zo beslissen de ratingbureaus. Weer ontstaat paniek op de financiële markt. Ja, de Duitse en Franse banken hebben al veel slecht Grieks papier van de hand kunnen doen maar ze zitten toch nog met voor miljarden obligaties die nu tot totale rommel zijn gedegradeerd.

Op 13 juni brengt de Financial Times het bericht dat een consortium van grootbanken er in een schrijven aan de geplande Europese top bij de excellenties op aandringt dat de EU zichzelf zou verplichten tot “een buy-back van de schuld, zo mogelijk met miljarden overheidsgeld”. “Zonder snelle actie”, zo waarschuwt het consortium, “kunnen landen als Spanje en Italië wel eens zwaar naar beneden worden getrokken.” We lezen dat goed: voor de grootbanken gaat het niet meer om Griekenland alleen maar vooral om het domino-effect dat een Grieks faillissement kan veroorzaken.

In Trends schrijft hoofdredacteur Johan Van Overtveldt: “Je kunt hier subtiel over doen maar eigenlijk chanteren de banken de overheden: Koop die schuld van ons terug of wij dumpen het hele zootje en dan is het gedaan met de euro.” Deze grootbanken deinzen er niet voor terug de hele Europese Unie in een houdgreep te nemen. Toen het in 2008 misliep door de Amerikaanse rommelkredieten in de portefeuille van die grootbanken, moesten de nationale overheden bijspringen. Nu het in 2011 misloopt met de staatsobligaties van Griekenland, Portugal, Italië, Ierland en Spanje, eisen dezelfde banken nog maar eens dat de overheid – en dus de belastingbetaler – bijspringt en de staatsobligaties overneemt.

Op 21 juli 2011, op de natte nationale feestdag van ons land, komt de Europese Raad samen, met in de coulissen het puik van de Europese bankiers. Die top bereikt een vage deal. Er komt voor 109 miljard euro nieuwe financiering “voor Griekenland”, plus een looptijdverlenging voor deze leningen tot 15 à 30 jaar. De banken zullen daar “op vrijwillige basis voor 37 miljard euro” aan bijdragen. In ruil wordt de greep van de trojka op het land nog sterker: er komt een taskforce om “een nieuwe impuls te geven aan de Griekse economie”.
Koopjes aan de Egeïsche zee! Privatiseren onder dwang

In ruil voor het nieuwe “hulppakket” wordt Griekenland zomer 2011 gedwongen zijn openbare eigendommen massaal te verkopen. Alleen de Akropolis mogen de Grieken voorlopig nog houden. Behalve de kaartjesverkoop dan, want die gaat ook naar de privé. Net als al de rest. Voor de bijl aan spotprijzen. Piraeus is strategisch als invoerhaven voor voornamelijk Chinese goederen. De trojka dwingt Griekenland de haven grotendeels in de toonbank te zetten. Voor Duitse en Chinese bedrijven zijn er nu koopjes te doen in Hellas. Het is soldentijd. De Grieken zijn verplicht een braderij te organiseren waar voor 50 miljard euro aan overheidsbezit te koop wordt gesteld. Het IMF stuurt adviseurs naar Athene om dat proces te begeleiden. Het moet in drie jaar afgehandeld zijn.

Meteen worden drieëntwintig overheidsbedrijven te koop aangeboden. De lijst is met de trojka besproken. Het Deutsche Telekom AG heeft de primeur. Het zal nog eens voor tien procent OTE-aandelen kopen, het belangrijkste Griekse telecombedrijf. Dat kost Deutsche Telekom 400 miljoen euro, een spotprijsje. De Duitsers controleren zo veertig procent van OTE. De Griekse staat houdt nog amper tien procent van de aandelen over. De Duitsers zijn vooral geïnteresseerd in de mobiele netwerken van OTE in Roemenië, Bulgarije en Albanië. En in de twintig procent participatie van OTE in het Servische Telecom. Zo doet Deutsche Telekom een gouden zaak in de verovering van de Balkan.

Stukken van de internationale luchthaven van Athene staan te koop voor het prikje van 350 miljoen euro. Duitse en Chinese grootbedrijven concurreren met elkaar om dat koopje af te sluiten en op die manier de luchthaven te controleren tot 2046. Een vierde van de haven van Piraeus gaat voor de bijl en ook een vierde van de haven van Thessaloniki, een derde van Hellenic Postbank, net als veertig procent van het waterbedrijf van Thessaloniki, de helft van gasverdeler DEPA en een derde van gasverdeler DESFA. 99,8 procent van wapenfabrikant Hellenic Defense Systems staat te koop. De Nationale Loterij zal 100 procent verkocht worden, net als de paardenrennen en de spoormaatschappij Trainose.

In 2012 zal ook de Griekse post grotendeels te koop worden aangeboden, nog een groter pakket in de havens en in het Atheense waterbedrijf. Ook de Griekse Boerenbank, de nationale oliemaatschappij, regionale luchthavens en wellicht ook Griekse snelwegen zullen in de komende jaren te koop worden gesteld.

Maar dat is zonder de waard gerekend. In zowat alle openbare sectoren organiseren mensen zich in hun vakbonden om de uitverkoop tegen te houden. Het officiële reisadvies van de Belgische federale overheid voor Griekenland waarschuwt zelfs voor die acties: “Momenteel vinden er, voornamelijk in de steden Athene en Thessaloniki geregeld stakingen en betogingen plaats. Aangezien dergelijke manifestaties soms uitmonden in opstootjes, is het vanzelfsprekend af te raden om dan naar die wijken te gaan, meestal in de buurt van het parlement, Syntagma, Omonia of Exarchia in Athene. De stakingen kunnen gevolgen hebben voor de werking van het openbaar vervoer, sporadisch het vliegverkeer, de taxi’s, de ziekenhuizen en apotheken.”

De Griekse gebruikers, werknemers en vakbonden wijzen de privatiseringsgolf massaal af maar de Partij van de Europese Socialisten, de PES waar ook de sp.a en de PS deel van uitmaken, staat er vierkant achter. PES-voorzitter Poul Nyrup Rasmussen komt in Athene zeggen dat het niet anders kan. De sociaaldemocraten moeten volgens hem bruggen bouwen tussen de dagelijkse levensomstandigheden en de toekomst. “Wij moeten ons realiseren dat wij die brug moeten bouwen met de toekomst, anders zullen anderen de toekomst voor ons bepalen.” De brug met de toekomst? Niet meteen een mooie metafoor wanneer ook het Griekse wegennetwerk in de uitverkoop staat.

Om de besparingsdrift van de trojka en premier Papandreou te verantwoorden gaan sommige sociaaldemocraten wel heel ver. Pasok-parlementslid Elena Panaritis beweert: “Margaret Thatcher heeft elf jaar nodig gehad voor haar hervormingen in een land dat minder grote structurele problemen kende. Ons programma is pas veertien maand geleden op de sporen gezet!” Anders gezegd: Papandreou doet beter dan Thatcher.

“Elke dag demonstreren wanhopige mensen in het centrum van Athene. Zij liggen dus niet op het strand ouzo te drinken. De markt is ingestort. De hogere belastingen leveren niets op: uit een leeggeknepen koe kun je geen extra melk persen”, getuigt Ingeborg Beugel. “Alle publieke Griekse sectoren moeten worden geprivatiseerd, niet zozeer om de Grieken te helpen, om de inderdaad veelal slecht functionerende instellingen efficiënter te maken, maar opdat ze als onderpand kunnen dienen voor de Europese banken. Sterk gedaalde inkomens en verhoogde belastingen, in combinatie met topzware leningen, maken niet alleen een economie kapot, maar ook de cohesie in een samenleving.”
Jeugdwerkloosheid: 43 procent

Driekwart van de Grieken onder de dertig woont opnieuw thuis in. Hotel Mama. “Dat drukt z’n stempel op een hele generatie”, vindt Orest Xanidis, een onderwijzer van negenentwintig. Hij woont nog bij zijn ouders. Hij heeft bezoek van een vriendin. Zijn moeder zit mee aan tafel. Gelukkig kan Orest het goed met zijn ouders vinden, vertelt hij, want uitzicht op een eigen woning heeft hij niet. “Ik heb het uitgeteld. Echt, het lukt me niet. Dan is mijn wedde te klein. Een paar vrienden hebben het geprobeerd maar de laatste dagen van de maand geraken ze blut. Zolang je bij je ouders woont, ben je hun kind. Natuurlijk verschilt het van familie tot familie maar thuis inwonen hindert veel jonge mensen zich te ontplooien. Veel relaties lijden daar ook onder. Het heeft er ook veel mee te maken dat zoveel mensen geen vaste baan hebben. Dan ben je 30 of 35 en voel je je 22, de leeftijd van zomer- en vakantieliefjes. Ze hebben gewoonweg niet het gevoel dat ze een eigen huishouden kunnen opbouwen en hun leven echt in handen kunnen nemen.”
Giorgos Skiadiotis van de KKE vertelt: “De wetten die de werknemers beschermen, is men aan het schrappen, zowel in de publieke als de private sector. Zo is het verplichte minimumloon afgeschaft. Sedert dit jaar kunnen patroons jongeren aanwerven aan 500 euro per maand, ver beneden het officiële minimumloon.”

Het aantal zelfmoorden in Griekenland is op twee jaar verviervoudigd. In 2011 leeft één op vier Grieken onder de armoedegrens. Eén op vijf verdient minder dan 6.480 euro op een jaar. Bij 60.000 gezinnen werd de elektriciteit afgesloten omdat ze de rekening niet konden betalen.

Veel Albanezen en Bulgaren die in de bouw werkten, zijn naar hun land teruggekeerd in de hoop daar betere levensomstandigheden te vinden. Duizenden jonge gediplomeerde Grieken denken eraan om naar het buitenland te verhuizen, naar Duitsland, Canada, Australië, Londen… De media focussen op die brain drain, de droom van de jeugd het land te ontvluchten. Maar tussen droom en daad staat zoveel in de weg. De wetenschap bijvoorbeeld dat je ook elders geen paradijs zult vinden.

Het officiële Griekse werkloosheidscijfer staat op 16,5 procent. In 2012 zal het oplopen tot 22 procent, zo wordt voorspeld Tussen 15 en 25 jaar loopt dat getal zelfs op tot 43,1 procent.
In 2010 kromp de Griekse economie met 4,5 procent, in 2011 wellicht nog eens met 5,5 procent en voor 2012 wordt een bijkomende daling van 2,5 procent verwacht. “Het is niet nodig de mythe van Sisyphus te kennen om te beseffen dat maatregelen die tot een negatieve groei leiden het begrotingstekort niet zullen terugdringen. Je hoeft geen Plato te kunnen lezen om te begrijpen dat een halvering van de salarissen en pensioenen betekent dat mensen niet in staat zullen zijn de exorbitante nieuwe belastingen te betalen”, schrijft The Guardian.

De trojka wurgt Griekenland: een humanitaire crisis

Lees meer op:

http://www.dewereldmorgen.be/artikels/2012/02/10/peter-mertens-in-griekenland-botsen-twee-werelden-met-elkaar

Dit bericht werd geplaatst in Banking, Boeken, Democratie, EU, Griekenland, Nieuwe Business Modellen, Politiek. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s